zelfportret, 1914

..Zo ook op aarde:

Sir Stanley Spencer

De schilder Stanley Spencer (Cookham, 1891 - 1959) geldt in de engels sprekende landen als een van de belangrijkste kunstenaars van de afgelopen eeuw. Alle grote musea in Engeland exposeren werk van hem, en hij is de enige kunstenaar die (al een jaar na zijn dood!) een museum in zijn eigen geboorteplaats heeft.

Maar Spencer is niet onomstreden. Was hij niet eerder een plaatjesmaker? De goede man kon heus wel schilderen, dat bewees hij in de landschappen en portretten - die weliswaar geld in het laatje brachten (vooral nodig om de claims van vrouwen & vriendinnen af te handelen), maar waar Spencer zelf niet zoveel in zag. Dat hij een groot talent bezat valt niet te ontkennen. Maar wijkt hij niet teveel af van welke stroming dan ook? En wat moet je in ‘s Hemelsnaam met zijn religieuze overtuiging, en hoe valt die te rijmen met zijn levensstijl?

Stanley Spencer roept vragen op. Toen ik als 23 jarige het Tate-museum in Londen bezocht, kocht ik een kaart van een van zijn doeken. Die kaart stond jaren voor op mijn dagboek, want de afbeelding fascineerde me; hij was krachtig, maar ik kon hem niet plaatsen. Hoezo, Jeruzalem? Toen ik 23 jaar later meer werk van hem zag, begreep ik dat alles bij hem in de tuin gebeurde, voor het hek; en Spencer bleek een soort roeping voor me:

Christ's entry into Jerusalem, 1920
Ik wilde weten waarom die vreemde man me bezighield. Nu, vijf jaar later, ben ik daar min of meer achter. En ik ben Spencer dankbaar voor de ontdekkingsreis die hij me heeft laten maken; onder andere naar de beide Tate’s in Londen,
naar Cookham, en naar zijn kapel in Burghclere.

Maar ik dank hem vooral voor de reis naar mijn eigen vragen.

Net zoals bij mijn vorige kunstlezingen (Jawlensky, Giacometti, Picasso en Matisse, Rothko) blijkt zijn kunst mijn eigen tijd en visie te thematiseren. Spencer probeerde zijn vragen en gevonden overtuigingen bovenpersoonlijk maken en hoopte dat hij anderen daarmee kon laten genieten.

Dat is hetzelfde als wat mij in mijn vak voor ogen staat.

We kunnen dan van Spencer anders leren kijken, of liever: in-zien. Het is niet voor niets dat zijn visie deze tijd een ongelooflijke opwaardering beleeft. Ik vermoed dat hij zijn tijd vooruit was. Pas tegenwoordig staan we immers open voor een meer Jungiaanse manier van omgaan met religie, in tegenstelling tot een letterlijke of kerkelijk-dogmatische; pas nu zoeken velen van ons het spirituele juist in het alledaagse. En deze tijd maken we mee dat de samenhang tussen religie en cultuur zichtbaar en minder beladen is.

Met andere woorden: zowel de slinkende groep kerkelijke mensen, als zij die zich niet rekenen tot een religieuze traditie, kunnen zich in zijn idealen herkennen.

Spencer 1952 in Cookham met de kinderwagen waarin hij zijn schildersspul vervoert

Spencer werd tijdens zijn leven als een zonderling gezien; hij viel niet in kaders te plaatsen. In deze postmoderne tijd zijn dergelijke hokjes niet langer geloofwaardig. De eenling Spencer kan tegenwoordig overbruggen en meer mensen, die zoeken naar verdieping, inspireren.

“Alles wat ik schilder”, schreef Spencer, “zijn zelfportretten”.

Zijn overtuiging: hoe dichter je bij jezelf blijft, des te dichter kom je bij de diepere, algemene waarheden. Spencer was erg ontvankelijk voor godsdienst. In zijn huis was het een vrolijke boel met veel kinderen. "Stille tijd" en het lezen van de bijbel was erg belangrijk (let wel, er staat geen: "Maar" aan het begin van deze zin). Spencer heeft die discipline tot het einde van zijn leven met vreugde volgehouden en las behalve de boeken uit de christelijke traditie vooral graag boeddhistische boeken. Ook kunst uit andere culturen dan de zijne heeft zijn grensoverschrijdende zoeken en vinden geholpen.

1951 silent prayer

Voor Spencer waren de christelijke verhalen waarmee hij was opgevoed van alle tijden en voor alle mensen (en dieren, en planten!). Spencer geloofde voor alles in liefde; of dat nu Gods liefde was, de meest banale seksualiteit, de doorbraak van de lente, of zelfonderzoek.

Spencer vat die beweging naar groei en bloei samen onder dezelfde noemer, namelijk: Opstanding. Van de 480 schilderwerken (!) die hij gemaakt heeft in zijn 45-jarig kunstenaarschap, gaat ongeveer de helft over het thema: Opstanding.

Veel van zijn doeken zijn breder dan zes meter en hoger dan twee. Inderdaad ongeschikt voor de huiskamer: zijn droom was eenmaal in zijn dorp Cookham een museum te krijgen van buitenaardse proporties. Dat dit er nooit van zou komen, dat wist hij. Dat hij daar desalniettemin mee doorging is typisch voor de mens Spencer zelf. Hij leefde onvoorwaardelijk van, en voor, zijn idealen. In zijn werk zag hij de hemel op aarde, in zijn werk bestaat reeds wat je hier nog niet inziet (..). Vandaar (met een knipoog naar de Zweedse film “As it is in Heaven”) de werktitel van deze lezing.

Stanley Spencer is geboren, getogen en begraven in Cookham, een dorp aan de rivier de Theems, veertig engelse mijl ten westen van Londen. Zij familie was vooral muzikaal, maar Spencer bleek een enorm talent voor schilderen te hebben. Hij ging al vroeg naar de meest prestigieuze kunstacademie van Engeland (The Slade), waar hij iedereen verbaasde met zijn liefde voor zijn geboortedorp. “Cookham” werd de naam die hij daar kreeg en die hij met trots gedragen heeft. Want Cookham was zijn “village in heaven”, zijn bron en zijn bestemming. De meeste van zijn doeken hebben dat gedroomde Cookham als plaats van handeling.

Toen de Eerste Wereldoorlog (“The Great War”) uitbrak, had Spencer zijn thema al gevonden. Cookham was de hemel op aarde, en alles wat in de hemel gebeurde, gebeurde ook in vermomming in Cookham zelf. Hier is Jezus geboren en verraden, hier had hij de mensen lief, hier werd hij gekruisigd en in Cookham staat hij ook weer onophoudelijk op.

In die Oorlog vocht hij zelf mee in Macedonië. “The Great War” bleek voor de hele wereld, en voor Spencer, een nachtmerrie. Vanaf nu was Cookham niet meer wat het geweest was. Het werd een ideaal uit het verleden en een goede droom; zijn gelukkige jeugd blijkt de tijd waar hij naar teruggrijpt en die hij telkens evoceert als de grote-mensen-wereld hard en te zakelijk blijkt.

Verdieping blijkt de grote kunst; verlangen een eigenschap waar je nooit afstand van mag doen; geloven in de realiteit van de onbevangenheid die je als kind had en die nog steeds in je opstaan kan.

Na de kunstacademie schilderde hij zijn bekendste werk “Resurrection on Cookham graveyard” (1927). Alles en iedereen staat op, in Stanley’s visie. Spencer zelf zelfs vier keer! Eerst in het portaal, als God, achter Jezus (=Hilda); dan naakt, met zijn zwager Gilbert; tenslotte, als handtekening, rechtsonder in de twee tombes (als in open boek.). Tenslotte genietend van zijn kersverse echtgenote Hilda Carline: links middenin. Hilda zelf is ook drie maal aanwezig; als in een nest, midden in het centrum; als Christus, met drie gedroomde kinderen op schoot, voor God Stanley in de ingang van de kerk. Tenslotte hoog links achter, waar zij, met hen die daar al zin in hebben, onderweg is naar de Theems, of Styx, naar de boot van Charon, ofwel het bootje van Cookham Bootverhuur, mr. Turk. Allen genieten ondertussen van een welverdiende vrije dag. Het zal duidelijk zijn: dit doek verbeeldt niet (of niet alleen) de letterlijke opstanding-na-de-dood.

En dit is het kerkhof waar het allemaal gebeurt; deze foto's zijn gemaakt op mijn eigen vrije dag. Zo ging het doek voor mij leven..

Op de grafsteen van Stanley en Hilda staat de bijbeltekst uit 1 Johannes 4 : 7,8: "Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet; want God is Liefde." Hij ligt hier in het graf bij zijn Hilda, die hij brieven schreef van honderden bladzijden lang. Op het kerkhof ligt tenminste een van zijn minnaressen: Patricia Preece. En ook die was een spannend verhaal.

Het volgende grote projekt kwam kort na de resurrection: in vier jaar de Sandham Memorial Chapel (60 mm zuidwest van Cookham), speciaal voor hem gebouwd, ter nagedachtenis aan de Eerste Wereldoorlog. Daarmee is Spencer de vierde kunstenaar over wie ik een lezing verzorg die een eigen kapel heeft gebouwd: Matisse, Picasso en Rothko blijken dezelfde droom verwezenlijkt te hebben.

De afbeelding links is die van een door shellshock getraumatiseerd soldaat. Hij was dwangneurotisch de vloeren aan het schrobben in het psychiatrisch hospitaal waar Stanley tijdens de oorlog eerst te werk was gesteld. Het is een van de doeken in de kapel van Burghclere. Stanley heeft er weer een zelfportret van gemaakt. Hij zag in het beeld een gebedsmat en een gebedshouding. "In deze tijd leerde ik van Augustinus God te zien in de gewoonste dingen - zoals in het schrobben van de vloer". Aan de oostzijde een gigantische afbeelding van soldaten zoals ze rijzen uit hun graven. Ze bieden, helemaal bovenin - bij het verdwijnpunt- hun kruis Christus aan. Tenslotte een van de beelden aan de zuidwand: Daar was, tijdens het scheren, ineens een visioen van een engel; de handdoek krijgt vleugels.. Zuidwand en noordwand van de kapel zijn vijftien meter lang en zeven meter hoog, schat ik. De kapel is gemaakt als die van Giotto (naast Bach en Christus de triniteit van Spencer) te Padua.

Datzelfde visioen van engelen ook in "Christ entering Cookham". Het begon met het zien van een man met een ladder. Verderop dus Christus met zijn kruis. Niemand kijkt er van op, sommigen blijven naar de hemel kijken (alsof het daar gebeurt!). Eenzaam en onbegrepen? Wellicht.. Desalniettemin waren de mensen wel de moeite waard, kennelijk, want hoewel zij (wij) overal naar kijken, behalve naar Jezus, heeft Stanley de mensen wel, middels de gordijnen, vleugels geschonken. Hoewel God / Jezus de mensen maar niet te binnen wil schieten, blijven ze in zijn ogen toch zeer de moeite waard.

1920, Christ carrying the cross

De dromen die Stanley had, gingen hem natuurlijk parten spelen. Na de opstanding volgt de liefde voor alles en iedereen.. Zo raakte Stanley zijn geloof in het huwelijk en daarna ook zijn huwelijk kwijt. Maar zijn geloof bleek sterker dan de gevolgen. Hij trouwde met de Patricia Preece; een huwelijk dat vier dagen stand hield en, zoals de commentatoren schrijven, dan nimmer werd geconsumeerd. Hieronder de veelzeggende trouwfoto uit die tijd. Patricia was homosexueel, had geld nodig; Stanley zat al snel in de nesten. In deze periode schilderde hij achtmaal Jezus in de woestijn (hij had er veertig willen maken!).

huwelijk met Patricia Preece, 1935 Patricia Preece 1935
1935 1939, Christ in the wilderness

Maar Spencer hervond zich in zijn eigen waarheid en schilderde als bezeten. In de tweede wereldoorlog werd hij als "war-artist" weer militair en heeft hij met gigantische doeken de Britse oorlogsinspanning verbeeld. En na de oorlog pakte hij zijn oude thema weer expliciet op: Opstanding, waarbij het idee dat hij had, belangrijker blijkt dan de uitvoering ervan. Meer en meer kreeg hij moiete met het "inkleuren van de plaatjes"; eerst tekende hij namelijk het hele doek voor met potlood, en dat was de eigenlijke fase. Hij keerde terug naar zijn Cookham. Wat hij daar schilderde, valt buiten het bestek van deze website (even googelen levert verbluffende resultaten op..).

Spencer werd gedreven door liefde en lef. Hij had kennis van kunst, van zijn tijd en van ons verleden en keek vol verlangen uit naar de toekomst, die hij hier en daar en overal zag opstaan. Hij durfde zijn geloof-als-een-kind te doordenken tot op het laatst, en noemde de laatste weken voor zijn dood, toen hij niet langer spreken kon, de mooiste van zijn leven. Dat hij botste met de moraal van zijn tijd, viel te verwachten. Toch is hij in het jaar voor zijn dood nog geridderd en heeft hij een grote overzichtstentoonstelling in Engelands belangrijkste musea nog mogen meemaken. Maar daarna had zijn manier van kijken de wind niet meer mee. Het is pas de laatste jaren dat er, door verandering van tijdgeest, een kentering valt waar te nemen in de waardering voor deze eigenzinnige kunstenaar: Sir Stanley Spencer.

Zijn museum staat in het hart van Cookham. Het is recent, op 8 september 2007 heropend. Klik op dat kerkje (waar Stanley in zijn jonge jaren kerkte!)
voor de site:

klik voor het museum




De premiere van deze lezing was in Velp, op 22 september 2007

er staan twee diensten mmv Spencer op de site: juli 2007, over Christs entry in Jerusalem en september over Carrying the Cross

tenslotte een stuk dat ik, geinspireerd door Spencer, schreef voor Licht en Leven.