Met vragen de hemel in

Het is ochtend, vijf over acht. De zesentwintig boterhammen (broterhammen, zeggen wij) zijn gesmeerd en zitten inmiddels in de broodtrommels (wij zeggen: bootrommels). Coen en Carien zijn al weg en Jop en ik al in de kleren.
Terwille van Coen’s nieuwe school moeten we een half uur eerder dan normaal (!) opstaan. Tegenwoordig hebben we zo ‘s morgens een half uur meer speling.
Speling, inderdaad: we hebben weer tijd om voor te lezen.
Katoren deel 2 is uit; Hij wil nu de Bijbel, ik had die van Van der Linden nog niet gelezen (dacht dat ik die wel kende, maar dat had ik verkeerd!).
Dus lezen we. Eerst ik, dan Jop. Ik lees:
Jezus zei: "Heb je vijand lief. Dat betekent niet dat je je vijand aardig moet vinden. Je vindt hem natuurlijk helemaal niet aardig, daarom is hij je vijand. Maar je moet wel blijven zien dat die vijand van jou ook een kind van God is, en dus je broeder of je zuster. Kijk, houden van iemand die ook van jou houdt, dat is makkelijk genoeg, dat kan iedereen. Maar houden van iemand die je kunt missen als kiespijn en die jou ook niet ziet zitten, dat is het moeilijkste wat er is. Je kunt God niet gelukkiger maken dan wanneer je het toch probeert en blijft proberen. Want alleen dan kan het kwade door het goede worden overwonnen."

En dan vervolgt Jop:
Jezus zei: "Je moet geweld niet met geweld beantwoorden, anders houdt het nooit op. Als iemand je op je ene wang slaat, sla dan niet terug, maar doe eens wat onverwachts. Keer hem bijvoorbeeld ook je andere wang toe."'

“Tjee..!” zegt Jop”: “Dat kan dus ook al helemaal niet! Raar boek soms, die Bijbel! Hebben ze dat echt geprobeerd? En moeten kinderen dat ook? Dat lukt dus nooit!”
Ik probeer een antwoord te verzinnen: dat Jezus ook wel eens boos was en dan met tafels ging gooien, dat ene meneer Gandhi gezegd heeft dat wanneer je een blauw oog betaald zet met een ander, het eind van het liedje zal zijn: de hele wereld blind (Jop grijnst).
“En misschien schrikken de pestkoppen ook wel van zo’n onverwachte houding?”
“Ik denk het niet hoor pap, ze lachen me dan alleen maar uit”.
Hij heeft gelijk, denk ik, en met een zucht leest hij verder over die andere wang:

“Dat lijkt me niet eenvoudig,' zei Lucas. 'En moeten kinderen dat ook doen?'
Kinderen nog niet, denk ik,' zei Matteüs. 'je moet eerst van binnen sterk worden, voordat je ook sterk kunt zijn.''
Zo mooi kon ik het dus niet bedenken. Als Jop voor zijn basisschool vertrekt, zoen ik hem (op beide wangen) en zwaai hem ontroerd uit.
Meer tijd, meer speling, meer bewust-zijn.. We hadden een hemels gevoel bij het lezen. Volhouden!

Maar twee dagen later vertrek ik naar Engeland, op pelgrimage in en rondom Cookham; het dorp waar schilder Stanley Spencer is geboren, getogen en begraven; waar hij zelfs een eigen museum heeft. Twee nachten logeer ik net buiten het dorp, op een boederij met Bed & Breakfast. En Barbecue. Want boerin Helen is gastvrij voor de vreemdeling binnen haar poort.
Er is een twintigtal gasten van jongere leeftijd. Allemaal goed in hun werk (en de slappe was). Een verkoopt BMW’s, de ander pony’s, een derde bankiert, de vierde doet in internet. En nadat ze mij naar mijn missie hadden gevraagd, branden de vragen los: Wat ik in ‘s hemelsnaam in Spencer zie, die rare vent? Ik vertel dat ik volgende week, de 23e,, een lezing houd over zijn werk; over hoe hij God zag in de alledaagse dingen; en dat hij mensen de hemel op aarde wilde laten zien.
Als ik informeer wat zij van hem vinden, halen ze de schouders op: Nog nooit in dat gebouw geweest. Maar het museum ligt slechts een kleine mijl verderop! Ze wonen vlakbij, en weten niets van zijn werk!
Maar het wordt nog gekker: “Mijn beide kinderen zijn niet gedoopt, en soms denk ik dat ze dan niet in de hemel komen, maar, ik ga zelf ook nooit naar de kerk en ik vind het hypocriet als ik ze wel zou laten dopen”. En een ander: ”We hebben ontzettend veel moslims hier, ik hou mijn hart vast, die gasten slaan veel eerder zeggen ze, dan komt van Het Geloof, volgens mij heeft het niets dan ellende gebracht..“. Deze, en nog veel meer vragen worden op me afgevuurd, en allemaal tegelijk: Over de wereld in zes dagen, de evolutieleer, leven na de dood, over of ik geloof in paranormale zaken, of ik wel trouwen mocht...
De vragen tuimelen over me heen, en ik zucht.

Ik zucht omdat ik de wijsheid niet vinden kan om die toon te vinden, die een glas kan doen springen; de spijker op de kop te slaan; vinger op de zere plek; het geloof om vrolijk (opgewekt!) te blijven.
Ik zucht, omdat ik niet van verlichting zucht.

Spencer hield juist van dit soort mensen. Zo schildert hij Jezus in Cookham: Niemand kijkt naar hem om of van hem op, en toch schilderde Spencer zijn dorpsgenoten met engelenvleugels. Hij geloofde, dat God onvoorwaardelijk van ze houdt.

Misschien is dat het wel: die andere wang. Ook jullie in Cookham, allemaal kinderen van God! Niet bang, maar de andere wang!
En ik begin hartelijk te lachen.

fragment uit Christ carrying the cross

Ivo de Jong

verschenen in Licht en Leven september 2007

naar de site over Spencer!