it communicates before it is understood



God in Frankrijk

matisse werkt aan het crucifix - hotel regina, Nice, 1952

1.

Dit jaar is het 50 jaar geleden dat Matisse overleed; Pablo Picasso stierf in 1973, twintig jaar later. Er is onthutsend veel geschreven over beide kunstenaars door groter geesten. Niets is echter nog geschreven over mijn relatie met deze iconen, of waarom een man uit 2004, een predikant nog wel, zich door hen aangesproken zou voelen.

Wanneer zo'n boek bestond, zou het natuurlijk zonder waarde zijn behalve voor mijzelf.

Anders wordt het, wanneer ik zou ontdekken waarom beide iconen thema's van onze tijd kunnen verhelderen voor mensen van mijn buurt en beleving. Misschien geeft hun manier van zien een bril om de wereld, waarin wij leven, anders te bekijken. Misschien bieden beide grootheden een perspectief. Misschien verbeelden ze vragen van dit moment. Dat gevoel tenmnste bekroop ons bij het bezoek van de grote overzichttentoonstelling in Parijs (2002). Zo gingen wij, Andries van Rossem (componist) en Ivo de Jong (theoloog) op zoek naar een bril om onszelf en beide grootheden beter te kunnen bekijken.


In het vliegtuig naar Nice valt mijn oog op een recensie in Trouw, waarin T.S. Elliott wordt geciteerd over poëzie: "Mostly it will communicate before it is understood". Picasso in wat 'zijn' kapel zal worden - Vallauris, 1957Een gedicht, een schilderij, een muziekstuk kan je pakken, of zelfs roepen, voordat je in staat bent onder woorden te brengen waarom. Het is als met dromen. Om jezelf, je thema, je richting te begrijpen, heeft het zin stil te staan en waar mogelijk te interpreteren: Via het verhaal kom je tot zin.

Beide kunstenaars hebben ons, als kinderen van deze tijd, van jongs af gefascineerd. Dat ze ook met elkaar te maken hadden, ontdekten we pas later. Het vermoeden dat de spanning tussen beide een allegorie is voor die in onszelf en wellicht voor de tijd waarin wij leven: een bij voorbeeld voor de crisis waarin mijn tak van sport (theologie) zich bevindt, is recent. In dit artikel wil ik proberen te begrijpen waarom.

Mijn vriend Andries van Rossem bleek mijn vragen en interesse te delen vanuit zijn andere hoek, als componist. Andries bleek beter ingelezen en is voorzichtiger in een eventueel oordeel. Het maakt hem tot een waardevol gesprekspartner en reisgenoot.



2.

Tien jaar geleden organiseerden Andries en ik in café Meijers te Arnhem onze zogenaamde Meijersavonden. We trachtten onze vragen en verschillen omtrent kunst en religie te thematiseren aan de hand van muziek. Pendereci, Cage, Feldman, ten Holt, maar ook Van Morrison, Bach en Bruce Springsteen werden als getuigen aangeroepen voor een gehoor van dertig luisteraars. Een van de thema's was: Of er wel zoiets bestaat als religieuze muziek. Andries stelde het niet: Muziek is trilling. Ik zocht altijd al naar non- verbale uitingen van religie. Het stempel christelijk stond mij als button ernstig tegen. Ik tracht altijd al bruggetjes te bouwen, misschien ook om anderen over te halen. Als dat zo was, wilde ik het weten.

Is de kloof tussen kunst en kerk onoverbrugbaar? Staan beide voor hetzelfde, stammen beide uit eenzelfde bron? De vraag blijkt ons jaren nadien nog altijd bezig te inspireren. Ze heeft ons door de jaren heen zelfs veranderd.


3.

Tien jaar later vliegen we Nice binnen. De Franse kranten staan vol van de strijd omtrent hoofddoekjes en crucifixen in openbare gebouwen. Is God alleen God als er God opstaat? Is het mogelijk moslima te zijn zonder hoofddoek? Werkt dat minder goed? Wat voor baat heeft religie bij reclame? Moet geloof geafficheerd, en zo ja, hoe? Heeft dit met ons thema te maken? Hoe onvoorwaardelijk kan religie zijn?


4.

Rond 1950 vechten Matisse en Picasso een grootvader van deze vragen uit. Giacometti en Chagall mengen zich in het strijdperk. Wij beperken ons tot Matisse's Chapelle de la Rosaire in Vence en Picasso's Chapelle de l'homme in Vallauris. Min of meer toevallig komt Matisse een voormalig model van hem tegen in zijn woonplaats Vence. Soeur Jacques heet ze inmiddels, en is non in het tegenover gelegen klooster. Matisse is verzwakt en heeft een nachtzuster nodig. Beide vervolgen hun gesprekken vol enthousiasme. Zo ontstaat het idee tot de kapel. Matisse had immers altijd gedroomd van een totaalkunstwerk.

Nog geen veertig kilomer verderop woont Picasso met zijn partner Francoise Gilot. Beide mannen bezoeken elkaar, mede aangespoord door Francoise, regelmatig. Ze inspireren elkaar. Papenvreter en communist Picasso tracht Matisse op allerhande manieren van het project te weerhouden: Het zou een knieval zijn voor de clerus, een setback, een atavisme, in strijd met alles waar kunst voor staat. De katholieke kerk in die dagen, en zeker in Picasso's Spanje, had totalitaire trekken.

Matisse, 80 jaar oud (?) toen hij met de kapel bezig was, staat daar naar eigen beleving boven. Hij wil zijn totaalkunstwerk: dit is zijn kans.

"Ga dan liever een markt ontwerpen", sneert Picasso.

Picasso blijft op de hoogte en is niet te beroerd zijn vriend bij vlagen te helpen met het oplossen van de vele technische problemen. Wanneer de kapel na vier jaar klaar is om gewijd te worden, bezoekt Picasso met Francoise Gillot de plek des (on)heils. Ze blijken niet bijster onder de indruk.

Toch nam Picasso iets later zelf een kapel ter hand ("malicieusement", beweert een commentator): La Chapelle de l'homme, in zijn woonplaats Vallauris, dertig kilometer van Vence verwijderd.

Natuurlijk kapel naast klooster,Vencezal deze nooit een religieuze functie krijgen zoals de Chapelle de la Rosaire tot in deze dagen wel heeft (het maakt deel uit van een dominicaans zusterklooster).

Vallauris, entree Chapelle de l'hommeDe kapel van Picasso is aards, politieker en rauwer dan die van Matisse. Ze is duister; die van Matisse is licht -van aard.

De schilderingen werden samen met Guernica geëxposeerd op diverse locaties voor ze hun definitieve plek vinden in de, sinds de Franse revolutie in onbruik geraakte kapel te Vallauris. Matisse heeft deze kapel niet meer kunnen bezoeken. Het zou interessant zijn te gissen naar zijn reactie. In een gefingeerde ontmoeting (bijlage) krijgt Picasso echter alsnog waar hij recht op heeft.

Is de kapel van Picasso religieus? Zelf merkt hij op dat hij graag zou zien dat men zijn kapel als grot in de zin van Lascaux zou bezoeken. Hij zou het liefst zien dat toeschouwers met kaarsen en fakkels op onderzoek zouden gaan naar haar betekenis.

"Alle kunst die die naam verdient, is religieus", heeft Matisse gezegd. Kunst verwijst naar een groter verband, naar een wellicht nimmer gerealiseerd ideaal. Picasso merkte op dat hij zijn beste werk nog moest schilderen. Kunst is per definitie onaf en smaakt naar meer.

Picasso beweerde altijd in gevecht te zijn met God. Hij, uitdager, vernietiger van vormen, had echter zo'n rabiate afkeer van pretenties van de dogmatische kerk, dat hij nimmer een knieval zou maken. Voor vriend noch vrouw, God noch gebod....

Later, in een soort voorgeborchte, komen beide heren elkaar tegen. Deze dialoog valt te vinden wanneer je op de afbeelding hieronder klikt.


de dialoog tussenbeide

chapelle rosaire - interieuroorlog - picasso, chapelle de l'homme