Mark Rothko
Dwinsk 1903 - New York 1970

“I was always looking for something more”

In 2006 begonnen Andries van Rossem (componist) en ik, Ivo de Jong (theoloog) met de voorbereidingen voor een muzikale lezing over Mark Rothko. Rothko leek een logische voortzetting op ons vorige projekt: de kapellen van Matisse en Picasso. Ook Rothko heeft tenslotte een kapel ontworpen. In die dagen van voorbereiding kwam hij uitgebreid in het nieuws: Boymans in Rotterdam denkt er over om de enige Rothko die we in Nederland rijk zijn te verkopen; daartoe zijn ze denkelijk geinspireerd geraakt door de record verkoop van Rothko's Hommage a Matisse. Nog nooit was zoveel voor een doek neergeteld. Rothko leeft; maar niet in Nederland (Henk van Os schrijft lovend over hem). En daar willen we wel verandering in aanbrengen.

Andries was al langer gefascineerd door de doeken van Rothko. Daar komt bij, dat hij bij de toonaangevende moderne componist Morton Feldman heeft gestudeerd - en een van Feldmans latere meesterwerken is Music for Rothko Chapel. Bij mij is de bewondering later ingezet. Twee jaar geleden was ik met Giacometti bezig en liep ik in het Beyeler museum in Basel langs zijn werken. Ik had er nog niet echt oog voor; ze leken me te makkelijk. Maar die terloopse houding en dat snelle oordeel zijn dus nogal veranderd.

Naarmate ik er dieper in dook bleek ook Rothko door Matisse en Giacometti geinspireerd te zijn. Matisse, de man van de idealen; Giacometti die zijn hele leven hartstochtelijk bleef proberen iets te vinden en iemand te be-vatten. Ook viel me meer en meer de iconografische van Rothko op. Dat rijmde voor mij weer met het zoeken naar het ware gezicht van Alexej von Jawlensky. Zoekend en luisterend naar muziek ontdekte ik dat een van mijn favoriete songwriters, Dar Williams, zelfs een Rothko Song had geschreven. Ook de levensloop van Rothko zette me aan het denken: Rothko heeft zelf zijn einde gekozen en ik ben, zowel in de persoonlijke als in de pastorale sfeer met zelfdoding geconfronteerd. Rothko, de zoeker, de romanticus, die allergisch was voor ieder oordeel zet aan het denken over de snelheid. Zowel bij het krantenlezen als in de musea gaan wij koppensnellers van nu voorbij aan de nuance. Ik las een citaat van Flaubert: "Om interessant te worden, is het meestal voldoende langer ergens naar te kijken". Dat geldt voor kunst, dat geldt in het pastoraat: Hoe langer je kwali-tijd schenkt, des te minder masker en oordeel.

matisse's levensbomen in de kapel te vence rothko: hommage a matisse alberto giacometti rothko, geinspireerd door giacometti

Rothko Song - Dar Williams
The blue it speaks so full, it's like the beauty one can barely stand
Or too much things dropped in your hand
And there's a green like the peace in your heart sometimes
Printed underneath the sheets of ashy snow
And there's a blue like where the urban angels go, very bright
Now the calder mobile tips a biomorphic sphere
Then it swings its dangling pieces round to other paintings here

Your behavior is so male It's like you can't explain yourself to me
I think i'll ask Renoir to tea
For his flowers are as real as they are all the time
And the sunlight sets the furniture aglow
It's a pleasant time as far as people go, how far do they go?
Well his roses are perfect and his words have no wings
I know what he can give me and i like to know these things

I met her at the funeral
She said i don't know what he meant to me
I just know he affected me
An effect not unlike his art, I believe
The service starts and we are in the know
He had so much to say but more to show, and ain't that true of life?

So we weep for a person who lived at great cost
Yet we barely knew his powers till we sensed that we had lost
A friend and i in a museum room
She says, "look at mark rothko's side
Did you know about his suicide?
Some folks were born with a foot in the grave, but not me, of course"
And she smiles as if to say we're in the know

Then she names a coffee place where we can go, uptown
Now the painting is desperate, but the crowds wash away
In a crowd of kind pedestrians who've seen enough today

Mark Rothko is geboren als Marcus Rothkovich in Daugavpils (Dvinsk) in het tegenwoordige Litauen. Het was een tijd van grote razzia's en familie Rothkovich, tot dan toe liberaal, besloot te emigreren en tegelijk zich terug te trekken naar de eigen wortels. Marcus was de jongste zoon, en de eerste die een volledig joodse opvoeding kreeg. Vader en de oudste zoons waren de anderen voorgegaan naar Amerika, Marcus en zijn moeder volgden later. Vader stierf echter spoedig; een gebeurtenis dat een blijvend trauma is in Rothko's biografie.

Al gauw komt zijn talent voor schilderen aan het licht. Rothko begint met naturalistische doeken. Daarna gaat hij over naar metro-landschappen; de ondergrondse. Hier begint Rothko's obsessie met wat onder ligt (..). Later leest hij Freud en vooral Jung en de mythologie; daaruit volgen thema's die evenzeer de binnenkant van de buitenkant willen bevatten. In die periode ontmoet Rothko Jackson Pollock, Bannett Newman en Willem de Coonink en het zijn deze vier geworden die de Amerikaans schilderkunst voor het eerst bevrijden van het al te Europeese idioom. De manier van werken binnen deze groep werd door critici "abstrakt impresionisme" genoemd. Maar Rothko heeft zich er altijd tegen verzet dat zijn kunst abstrakt werd beschouwd: de vlakken, de kleuren, het zijn allemaal "acteurs". Begin 1950 begint Rothko zijn eigen, herkenbare stijl te ontwikkelen. Zijn werken worden hoe langer hoe eenvoudiger. Zijn landschappen werden geordende kleurvlakken: groen voor de weiden op de voorgrond, een gekarteld grijs vlak voor de bergen die daarachter lagen, en tot slot een blauw vlak voor de lucht. En Rothko ging verder: even later bleef er enkel nog een groen en een blauw vlak over. Toen Rothko in 47 zijn eerste volledige blauwe doek schilderde, dacht hij bij zichzelf: Dit is mijn eerste geslaagde werk, na twintig jaar kunstenaarschap, omdat ik er nu pas in geslaagd ben om af te stappen van de idee wat mooi is en wat lelijk, wat mag en wat niet mag, wat hoort en wat niet hoort. Met andere woorden: wat anderen denken over wat ik doe, doet er niet langer toe.
Naarmate alles abstracter en abstracter ging lijken, kwam hij uiteindelijk uit bij zijn beroemde, klassieke werk wat ze later colourfield-painting zijn gaan noemen.

Hij weigerde zijn werken nog uit te leggen ("Silence is so accurate"). Toch zat er steeds een duidelijke betekenis of emotie in zijn werk. Rothko:"Ik ben niet geïïnteresseerd in relaties van kleur en vorm. Ik ben geen abstractionist. De mensen staan voor mijn schilderijen te huilen omdat ze dezelfde religieuze ervaring hebben als ik had, toen ik het schilderde. En als je slechts geraakt wordt door de kleurverhoudingen, dan mis je dit aspect."
In 1970 overleed Mark Rothko in New York.

De foto van het doek hebben we een paar dagen voor de lezing gemaakt in Essen.
Voor deze lezing heb ik heel wat doeken van Rothko gescanned, en nog meer van het internet gehaald. Geen probleem, nergens.
Maar wel met de foto die ik zelf genomen heb.
Mark Rothko heeft het de naam White, Pink and Mustard meegegeven; wit, roze en mosterd.
Het doek is twee meter hoog en een meter breed, en hangt vijftig centimeter boven de grond in het Folkwang - museum.
Toen ik de lezing opmaakte voor de powerpoint presentatie -
bleek dat het onmogelijk was om de Rothko er recht op te krijgen.
Wat er gebeurt als je een foto van een doek maakt; wat je ziet als je voor een doek staat: je ziet in werkelijkheid een trapeziumvorm. Je ziet het nooit als de rechthoek die je voorop een blaadje zetten wilt of die je in een boek ziet. Dus moest ik gaan snijden. Ik moest en zou er hoekjes vanaf krijgen. Ik moest het met een fotoprogramma bewerken, iets uitrekken, wilde ik het passend krijgen.

Je denkt dat je iets ziet, maar het zijn je hersens die een doek maken.
Je hebt iets anders gezien dan je denkt dat je zag.

En misschien is dat met alles wel zo.
Rothko was heel precies wat de afstand betreft hoe je het best naar zijn doeken zou kunnen kijken:
op een afstand van vijftig centimeter.
Dan ervaar je zijn doeken het best. Je staat er dan middenin. Rothko stelde zijn schilderijen altijd op in een kleine ruimte. Hij heeft eens gezegd: “Mijn doeken zijn groot - niet om indruk te maken zoals dat in de renaissance gebeurde, maar om de kleurwerking te optimaliseren. Je moet er middenin staan”.
Als je dus voor een Rothko staat, zie je nooit een rechthoek. Gelukkig mochten we foto’s maken in het museum -
als we ze op een meter afstand zouden nemen en NIET flitsen.
Dan blijkt verder nog iets.
Het wit is geen wit, het rood is niet rood en wat mosterd genoemd wordt blijkt eveneens uit heel veel verschillende kleuren te bestaan.
Alleen van grote afstand zie je de kleuren zoals ze getiteld zijn.
Sta je er zoals ze zeggen en zoals Rothko je aanraadde, met je neus bovenop, dan blijkt elke kleur, elk vlak, uit een amalgaam van kleuren te bestaan.
De doeken van Mark Rothko moet je ervaren. Als je ze vluchtig bekijkt, zie je ze niet echt.
Maar - geldt dat niet voor alles?
Zo begonnen we gekscherend met het doek te inerpreteren als hamburger; computerbeeldscherm; en ga zo maar door; later, nu, zie ik er eerder de onmoeting tussen twee werelden in, de brug daartussen, het in elkaar overlopen en elkaar toch in waarde laten; ik geef het graag voor beter; ik geef het graaf door.

Heel bijzonder vond ik ook het volgende. Het museum Folkwang is een prachtig museum, zowel van binnen als van buiten. Een aantal jaren geleden is het mooi verbouwd. Binnen hangen als het ware vrienden van je; veel Gauguin, mooie Vincent van Goghs, Chagall, Picasso en wat al niet. Maar het mooiste doek vond ik deze week (!) inderdaad de Rothko. En wat schets mijn verbazing: In die veel te grote zaal hangt ook een mobiel van Calder..
Net als in het liedje van Dar Williams, dat toch dik dertig jaar voor de verbouw van het Folkwang muzeum geschreven werd.

Rothko was me tot een half jaar niet opgevallen. Herkenbare kunst, dat wel, maar mooi? Maar Rothko wekte steeds meer indruk, en de pelgrimage inaar Essen is niet voor niet geweest. Andries is gaan componeren, ik ben Rothko gaan verzamelen.
Via deze website, die slechts een fragment weergeeft van waar het in de lezing om gaat, hoop ik iets van onze bevlogen- en bewogenheid op u kunnen overdragen. En wanneer u er ogen voor en oren naar hebt, ben ik, of zijn Andries en ik, graag bereid de lezing te houden. Het is een regeneratief thema.

Want alles is fragment.
Al door het zeggen van het woord
Deelt men, scheidt men en schendt
Het alomvattende, dan men niet kent,
Dat ik aanwezig weet of alleen maar vermoed,
Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet,
Dat mij beheerst en mij te luisteren gebiedt.
Maar als ik zoek en luister, dan vind ik het niet.

Een troost blijft:

Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitsprekelijke behoort;
Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel,
Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt.

Abel Herzberg

naar krik