Groter dan ik - augustus 2007

Groter dan ik - Bram Vermeulen
De lieve tranen van mijn moeder
Een grote man is opeens kind aan haar bed
't Is groter dan ik; Groter dan ik - Groter, groter dan ik

Twee meisjeshoofden op hun kussen
Zo groot, zo klein, zo diep in slaap - zo van mij
't Is groter dan ik; groter dan ik - 't Is groter, groter dan ik
Ik weet niet wat ik moet begrijpen
Het past niet eens in mijn hoofd

Ik huil niet uit angst. Ik huil niet uit angst
Ik huil niet uit angst - Ik huil van geluk
Groter dan ik Groter dan ik
't Is groter dan, groter dan ik

Haar zwarte haren op mijn kussen
Haar zwarte ogen in de mijne - Zo dichtbij
't Is groter dan ik. Groter dan ik - 't Is groter, groter dan ik
Ik weet niet hoe ik het moet pakken
Mijn hart klapt bijna uit elkaar
Ik huil niet uit angst - Ik huil van geluk
't Is groter dan ik - Groter dan ik
't Is groter, groter dan ik

Ik wil het nooit meer verliezen
Maar het slipt door mijn vingers
De tijd moet stilstaan vanaf nu - maar het is al voorbij
Ik weet niet hoe ik het moet bewaren
Ik herken het pas te laat: ‘t is groter, groter dan ik.

Voorwoorden

Thema van deze dienst begon verleden week, toen ik een mail kreeg van iemand. Ik lees er een stukje uit voor: (..)

Ja ivo, ik weet nog steeds niet of ik in god geloof. Bidden doe ik wel, voornamelijk voor mezelf en de mensen van wie ik hou. Voornamelijk voor t eerste, wat eigenlijk niet mag. Egoïstisch is, en niet de bedoeling is van het bidden. Bidden om onbenullige dingen. terwijl ik niet eens weet of god er is. Schandalig om dit tegen een dominee te zeggen. Ik denk dat ik meer ben van het spirituele geloof. Ik geloof absoluut dat er engelen zijn. Ik geloof dat oma bij me is, en voel dit ook regelmatig. Ik geloof dat mijn leven voorbestemd is. Dat er een heleboel dingen door boven geregeld worden door mijn eigen legioen aan engelen. Maar dat je zelf moet beslissen wat je daar mee doet. Dingen zijn voorbestemd. Maar daarin moet ik mijn juist keuzes maken. Ik voel me nooit alleen, ook niet als er niemand is. Ik voel altijd een aanwezigheid van iets, van iets dat van me houdt en me beschermd. Ik geloof in het geluk. En ik geloof dat als er iets mis gaat, of iets ongelukkig loopt daar altijd een reden voor is. Een reden die ze van boven bedenken en zien. Uiteindelijk komt het goed, als je de juiste keuzes maakt. En als het nog niet goed is, is dat het einde nog niet. Ik zie achteraf ook pas het nut van dingen die mis zijn gegaan. Op 1 of andere manier denk ik dat mijn leven een mooi puzzelstukje is. Alleen waar het midden van de puzzelstukjes nog ontbreken.

Engelen. Die bleven haken. Want een dag na de brief had ik een cursus gnostiek, over de goddelijkheid in ieder mens; de parel binnen in, de liefde van God voor de liefde van God. We hebben gekeken naar de film “As it is in Heaven”. Ik zag hem voor de zoveelste maal en elke keer vallen me weer nieuwe dingen op. Dit keer werd ik geraakt door een gesprek met Lena - of Maria Magdalena - in de film.
Ze komt naar de hoofdfiguur, dirigent Daniel, toe, in zijn schooltje, en daar wijst ze hem op de fresco’s die haar opa schilderde van de kinderen.
En opa heeft haar ook geschilderd; met vleugels, als een engel.
Geloof jij in engelen? Vraagt Lena aan Daniel. Jij?
O ja. Geen twijfel aan. Ik kan ze zelf zien. ??
Jij Daniel, ik zie ze bij Torre. Bij Arne, en Maria. En ik zie ze ook bij jou.
Als ik scheel kijk. En tussen de wimpers door; dan kan ik ze soms zien.
En weet je - als ik die vleugels bij iedereen zien kan - dan ben ik er.
Zodra je die vleugels bij iedereen kan zien: dan ben je er. Als je van iedereen kunt houden. Als je je oordeel opschort, overstijgt: dan.

Zo kom ik op de keus van het doek van Stanley Spencer, uit 1920, voor op.
De merkwaardige schilder Spencer, wereldberoemd in Engeland en onbekend in Nederland, heeft het altijd over Jezus, en hoe die speelt in zijn dorp Cookham. Alles gebeurt bij hem hier en nu, nooit in het verleden. Ik heb de catalogus bij me; komende donderdag vertrek ik naar Cookham waar zijn verleden week zijn museum totaal is vernieuwd. Hier komt Jezus binnen voor Spencer’s ouderlijk huis: hetzelfde huis, hetzelfde hek, dezelfde mensen, en allemaal in Cookham. En dit doek hangt daar. Ik geef zondag over een week de eerste van een serie lezingen over deze schilder.

Spencer schildert in de geest van Giotto; dezelfde kleuren, dezelfde vlakverdeling. Meer daarover over een week of vier. Wat vooreerst belangrijk is, is hoe Spencer zijn dagelijkse leven transparant maakt. Er gebeurt meer dan je denkt; kijk maar. De man met de ladder, de man met het kruis. Spencer zag eerst de ladder, en daar zag hij het kruis in. Keek hoe mensen keken. En zie - uit de ramen kijken ze, en kijk; de gordijnen. In de ogen van Spencer veranderen die in vleugels en maken engelen van de doodgewone mensen. In die wereld heeft Christus het kruis gedragen; daar deed hij het voor, omdat hij in die mensen die mensies zag, diepte, hoogte, heiligheid, waardigheid. Engelen! Daarover gaat dadelijk het verhaal van dokter Lucas. Maar nu eerst: muziek. U bent er al op voorbereid door wat gezegd is. Groter dan ik; zien, soms even schreef Oosterhuis. Kijken door je wimpers. Door de tranen heen, En verbanden, of een verbond zien - groter dan ik.

Meditatie: Groter dan ik -

en: Het gaat ons niet te boven / te geloven.
De ogen van God zien anders, dan de ogen van mensen. Ik zeg het niet goed.
Want mensen kunnen, nee, wij zijn bij machte te zien - met de ogen van God.
Daar is een daad voor nodig; een geloofsdaad.
Je moet als het ware het wezen kunnen, en vooral: willen zien.
Elkaar, en jezelf, bekijken door de ogen van God.
De ware naam, het oorspronkelijk gezicht, en er zijn meer woorden voor: ziel, de kern, astraal lichaam, roeping, bedoeling, zin. Allemaal religieus getinte woorden.

Groter dan ik.
We lezen nogmaals het bijbelverhaal. Alleen Lucas heeft dit verhaal. Het gaat om een vrouw; om een onreine, niet-meetellend-vrouw omdat ze gehandicapt is; het speelt, het werkt op een sabbat. Scheidslijnen alom, dus. Het is een voorbeeldig verhaal; de kracht van God geneest, en juist op sabbat.
Jezus geeft op Sabbat onderricht in een synagoge. Onze zondag, zeg maar; de dag om op te laden, de dag waarop God zag, en zag dat het goed was, en recreëerde van alle creaties. De dag om te zien dat alles goed is bedoeld; de dag van e-mancipatie, letterlijk: van ontketend worden.
Getekend door dat geloof, ziet hij - ziet hij een dame, een mevrouw, bezeten door een geest die haar ziek maakte. Achttien jaar al. Een geest die haar klein maakte. Helemaal krom; gekrompen, klein, gebukt, gebogen, vul maar in naar eigen ervaring. Hij roept haar. En dan zegt hij tegen ons, tegen haar: U bent verlost van uw ziekte. En hij legt haar de handen op; hij is in-gebed met haar.
En dan gaat ze rechtop staan. Rechtop. Ze richt zich op. Ze wordt zichzelf, ze wordt groot. En looft God. Wat zegt ze? God zij geloofd en geprezen, ik ben er weer. Vul maar in.
Dan krijg je natuurlijk wat ook altijd gebeurt: Jaloezie, irritatie, ongeloof. Dit kan niet dus dit mag niet. Het is de schreeuw om gelijke ellende; de roep om krom te krijgen, de roep om de ziekmakende geest waaraan mensen niet achttien, maar hun hele bestaan al gehecht zijn geraakt. Want aan de kleinmakende geest, die maskers oplegt en je kleiner dan ik maakt, die geest kennen we. Doe maar normaal, pas je aan, lever in, wees bevreesd.
Alsof er in Nederland en daar buiten een God rondloopt die iedereen met een vraag op de kop slaat alsof het de kop van jut is, en we er iedere keer weer een tik-je kleiner van worden:
“D’r zijn zes dagen om te werken;
kom dus die dagen om u te laten genezen en niet als het een sabbat is.”
Hij praat redelijk, die boze geest die de mensen bezit en bezeten maakt; hij herhaalt de repeterende breuk, de stem van de onderdrukker, de klein maker, de geringschatter.
Vul maar in..
En dan staat er: Maar de Heer zei.

Hij wordt des duivels zeggen we, maar in wezen is het precies het tegenovergestelde: Des Hemels wordt hij. Schaakmat! Hupokrites, zegt hij in het Grieks; huichelaars. Als je zelfs je eigen dieren wel eten geeft op deze dag, zou dan niet deze vrouw, die een dochter van Abraham is en al achttien jaar door Satan wordt geboeid gehouden, mocht zij, juist op Sabbat, niet uit die boeien worden los gemaakt?
En ik heb het al eerder gezegd en ik zeg het nogmaals: Dit is het tweede genezingsverhaal - maar of het lukt, dat hangt van ons af. Want hardnekkigheid is moeilijker te genezen dan bezetenheid. De vrouw wilde zo graag van haar kwade genius af; de directeur van de synagoge wilde dat kennelijk niet, of misschien ook wel, dat hangt er maar van af..
Al zijn tegenstanders stonden beschaamd, staat er.
Maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht.

Hij maakte groot, en kreeg ze klein. Hij liet de dame opstaan, en vernederde de baasjes.
Dit is het hele evangelie in een notendop; het geheel zit altijd (ook) in de delen. Ook hier weer een paasverhaal, een verhaal van gestorven zijn en opstanding, van schaamte en blijdschap, van conservatisme versus vernieuwing, van onderdrukking en opstand; van groter-dan-ik. Het is een voorbeeld verhaal, schrijven de commentaren terecht. De grammatica van geloven. Wanneer een mens of een instituut verstrikt raakt door de onderdrukkende geesten moet er Pasen geblazen.
Dat is de tekst; daar zong Bram Vermeulen over met Groter dan Ik; dat is Spencer met zijn menselijke engelen; daar ging het over met de film as it is in heaven (zoals ook op aarde).

Hoe je het beschrijft, in verhalen van duizenden jaren terug, of in schilderijen van hu; of je het bezingt of dicht - doet er niet toe. Zolang je het maar beleven wilt op je eigen manier. Je eigen uit is een valk. Reken jezelf Rijk, je bent heilig en veilig, gekend en bemind; je mag er wezen;

Mens, durf te leven.
Het gaat ons niet te boven, te geloven.
Amen.