|
Verbonden
Zondag 22 augustus was het thema van de dienst: Verbonden. Voor de dienst zonder ik me tegenwoordig even af, bij onze rustige Roel. Kan ik een en ander nog even doornemen en me de noodzakelijke de rust te binnen laten schieten. En daar, boven bij het orgel, hoorde ik engelen zingen. Roel speelde: "Allein Gott in der Hoh' sei Ehr", een melodie die wij kennen in lied 466 "Als God, mijn God, maar voor mij is". Neuriënd, en in toga, schrijd ik van de orgelhemel naar de aarde. En ik denk: Het gaat over verbanden, over de onderstroom – waar zit God bij jou? In de diepte, of in de hoge?
Die avond heb ik een verjaardag. Ik zit tussen twee computerprogrammeurs in. De spreken over servers en databases, over snel contacten en de virtuele wereld. Om me in hun gesprek te mengen merk ik op dat ik toevallig ook daarmee bezig ben.
Daarna moet ik uitleggen wat dominee precies is, en mijn vaste grap is tegenwoordig, dat het begint met DOM en eindigt met NEE en dat er als klap op de vuurpijl ook nog een vette I in het midden staat, de "I" van je ego; dat "domineren" mij niet goed afgaat, en dat ik mezelf daarom tegenwoordig als "tussenganger" beleef.
"Ah – procesmanager", zegt mijn buurman.
Vreemd. Zij vinden mijn job een stuk merkwaardiger dan hun eigen. Snel denkende mannen zijn het, en ze hadden (bij hun weten, want je weet het maar nooit) al twintig jaar niet met een kerkelijk iemand te maken gehad. Het duurt dan eerst even voor alle clichés bestreden zijn. Ze denken dat ik een rugzakje antwoorden heb, terwijl ik juist ben vanwege alle vragen in dit vak terecht gekomen. Ik deel de vragen met anderen; niets is zo gevaarlijk als een makkelijk antwoord op een moeilijke vraag. Het werd een mooi gesprek in de goede toonaard en melodie. We zijn er dan ook niet uitgekomen.
Bij dit soort gesprekken zet ik altijd in op het menselijke van religie; dat mensen altijd religieus zijn geweest, en dat altijd zullen blijven (zoekers naar verbanden), en dat we ons zelf tekort doen door onze religiositeit naar de kerk en het rijk der fabelen te verwijzen. Het hoort kort en goed bij ons mensen om verwonderd of verbijsterd of verbaasd te zijn. "Nieuwsgierigheid?" vroegen zij. Neenee, meer oudgierigheid, als moeten de antwoorden die ik zoek altijd nieuw beleefd worden...
God in de hoogte, of God in de diepte? God is de snelheid, of in de verbanden?
In ieder geval moet je het antwoord op een vraag waard zijn, anders werkt het niet. Misschien dat ik me ook daarom wel afzonder voor een dienst. En dan en daar valt me plotseling een melodie op – en Bach mag het dan wel zo genoemd hebben, maar de melodie is de onderstroom, de tekst ligt aan de oppervlakte. God! Je moet er de tijd voor nemen. Oog voor hebben. Piano, piano (rustig, rustig) zeggen de Italianen. Je komt er nooit uit, want je zit er altijd middenin. Het komt er op aan het mysterie te willen beleven. Het oppervlakkige oordeel – en dan ben je er klaar mee, en helemaal klaar mee; hoef je niet meer te denken, net zo gemakkelijk. Zo zetten we elkaar een masker op en plaatsen we elkaar in overzichtelijke hokjes.
Het valt niet mee, om daar te komen waar je thuis bent: De onderstroom. Wat verbindt ons? Wat maakt, dat ik we ons verbonden voelen met anderen?
Het is de onderstroom. Niet de oppervlakte; de onderstroom.
Het is een collectief onderbewuste. Gelovigen zeggen, dat wij allemaal kinderen van God zijn. Familie. Van God weten we niet zoveel, God is een hypothese, een woord dat veel verschillends is gaan betekenen. Maar ik wil graag geloven dat we in ons diepste wezen bij elkaar horen, dat er een onderstroom is die ons verbindt, hoe verschillend we ook lijken. Ik geloof dat hoe dieper je gaat, hoe persoonlijker je wordt, hoe ongemaskerder – hoe meer je op elkaar lijkt: Het zijn de maskers die ons verdelen.
En O - aan zo'n masker kun je behoorlijk gehecht raken. Het kan je aan gaan kleven, je gaat je er mee verwarren. Een ego, een rol, een vorm. Daar doen we onszelf en anderen tekort mee. Dat is dom, en daar zeg ik (I) graag "nee" tegen. |